Het Sauerland

Het Sauerland vormt het noordelijke deel van het natuurpark en is in zijn natuurkundige inrichting echt veelzijdig.

© Sauerland-Tourismus e.V. / Sabrinity

De sterk beboste hoogte van het Rothaargebergte met zijn diep ingesneden uitlopers zet zich hier vanuit het zuidelijke, aangrenzende Siegerland en het Wittgensteiner Land naar het noorden voort. De bergen worden dan ook steeds hoger. Het wintersportgebied bij Winterberg, rondom de Kahler Asten (841,9 meter boven NAP) is het meest bekend. De hoogste berg van Nordrhein-Westfalen –de Langenberg- bevindt zich met 843,2 meter boven NAP bij Niedersfeld aan de grens met Hessen. Op de 728 meter hoge Istenberg bij Olsberg-Bruchhausen rijzen de tot meer dan 90 meter hoge Bruchhauser Steine (nationaal geotoop) boven de kronen van de bomen uit. Een indrukwekkend natuurmonument! Op de Rothaarkam liggen talrijke hoogheiden en moerassen. De grootste hoogheide van Nordrhein-Westfalen ligt in het natuurbeschermingsgebied “Neuer Hagen” op ca. 800 meter boven NAP. Voor het overige is het Rothaargebergte een puur boslandschap, dat door kleine dorpen en hun omringende akkers wordt onderbroken. De dominerende boomsoort is de spar, die de oorspronkelijke beukenbos-gemeenschappen voor het overgrote deel verdrongen heeft. Visueel en akoestisch storende industrie en techniek ontbreken. De aanwezige, grotere overblijfselen van beukenbossen zijn als natuurerfenis bijzonder beschermd.  

De oostelijke uitlopers van het Rothaargebergte monden uit in de Medebacher Bucht. Een wijds en open landschap met zacht glooiende heuvels, heggen en struiken ter afscheiding, soortenrijke bergweiden, magere weiden en heidevelden vormen de elementen van een structuurrijk, grootschalig en Europees gezien belangrijk vogelbeschermingsgebied.

Westelijk van het Rothaargebergte vind je het heuvelachtige landschap van de Sauerländer Senken. Hier opent zich het landschap. Tussen de beboste bergtoppen volgt een voortdurende wisseling van verschillende agrarische vormen van grondgebruik: weidelanden, akkers, kerstboomculturen, gehuchten met vakwerkhuizen en oude boerderijen.

Schitterend contrast met vergezichten: vanaf Hochsauerland tussen Schmallenberg en Eslohe tot naar Attendorn en Olpe.

In het westen van het natuurpark bevinden zich de bosrijke bergkammen van het Ebbe- en Lennegebergte (met de hogere delen van de Homert), die door het dal van de Lenne van elkaar worden gescheiden. Deze streek vormt de overgang tot het sterk bevolkte Ruhrgebied en is van daar uit een snelle toegang tot de groene long van Westfalen. Bos en open land wisselen elkaar af.

Gemengde bossen met getuigen van de geschiedenis van de natuur, zoals rotsen en bergheiden met jeneverbesstruiken, kunnen hier worden bekeken. Moerasgebieden, die elders vaak werden drooggelegd, bieden zeldzame en zeer gespecialiseerde planten en dieren een met sagen en legenden omringde levensruimte en ruimte om zich terug te trekken. Talrijke, in het landschap liggende stuwmeren domineren het landschapsbeeld, o.a. ook het grootste stuwmeer van Westfalen en het vijfde grootste van Duitsland, de Biggesee bij Attendorn. Bekend wintersportgebied is hier de Schomberg bij Wildewiese. Bovendien zijn er ook gebieden met meer intensieve landbouw en kerstboomplantages. Aan de bovenloop van de rivier Lenne liggen de Saalhauser Berge. Bergtoppen met diepe kloven met gemengde bossen van beuken en sparren.