Natuurlandschap

Wat voor een landschap kan de bezoeker verwachten in het tweede grootste natuurpark van Duitsland. Dat laat zich niet in weinig woorden beschrijven, maar één ding is duidelijk: de veelzijdigheid is buitgewoon groot!

Als een lint loopt het Rothaargebergte – als een natuurlijke grens tussen het Siegerland, het Wittgensteiner Land en het Sauerland- van zuid naar noord door het hele natuurpark. Indrukwekkend presenteren zich hier de sterk beboste bergruggen en hellingen van de Rothaarkam met hun open dalen met weilanden en beemdlandschappen, de ruime en deels oeroude, monumentale beukenbossen en de hoogste bergen van West-Duitsland. Rechts en links van de over de hoogte verlopende “grensweg” bevinden zich ter bescherming van dit unieke natuurlandschap uitgestrekte, grote natuurbeschermingsgebieden. In het Rothaargebergte ontspringen de vijf belangrijke rivieren Sieg, Eder, Lahn. Lenne en Ruhr.

In het noordoosten grenst aan het Rothaargebergte de Medebacher Bucht, als gevolg van een langdurig extensief agrarisch gebruik een eldorado voor vogels. Het door heggen en struikgewas rijk gestructureerde, halfopen landschap met soortenrijke te maaien bergweiden, arme graslanden en heide, is een grootschalig leefgebied voor bedreigde vogelsoorten. Een vogelbeschermingsgebied van Europese betekenis!

Westelijk van de Rothaarkam bevindt zich het heuvelachtige landschap van het “land van de duizend bergen”, het Sauerland. De beboste bergtoppen en de steile rotsen van de Saalhauser bergen en de bergketens van het Ebbe- en Lennegebergte wisselen zich hier steeds af met een agrarisch bodemgebruik. Voor een stemmig kerstfeest worden hier kerstbomen geproduceerd. Bij wintersporters is de streek vanwege zijn rijkdom aan sneeuw zeer geliefd.

Dankzij de vele bossen en de waterscheidingen van de verschillende hoogtekammen is de streek gezegend met perfect bronwater uit de bergen, dat talrijke beken en riviertjes van water voorzien. Die komen vaak uit in een van de grote stuwmeren. Destijds aangelegd voor de drinkwatervoorziening van het Ruhrgebied domineren ze tegenwoordig op veel plaatsen het landschap en zijn ze een belangrijk bestanddeel van de landschaps-georiënteerde ontspanning en vrijetijdssporten. Tegelijk vormen ze een hotspot voor de natuur- en soortenbescherming.

Vanuit een nog grotere dimensie gezien behoort het natuurpark tot het Süder-bergland, onderdeel van leisteengebergte dat rechts van de Rijn ligt tot aan de deelstaatgrens van Nordrhein-Westfalen naar Hessen. Geologisch domineert het voedselarme leisteen met klei, evenals zandsteen, beide uit het Devoon. In smalle en eilandachtige banden ligt oud vulkanisch gesteente (keratophyre, keratophyrtuffe) en kalk. Een groot kalkgebied bevindt zich in de Attendorner-Elsper-dubbele-kom. In het zuiden van het natuurpark, aan de grens met het Westerwald, ligt nog basalt uit de jongste vulkaangeschiedenis van de aarde.

Geologische bijzonderheden zijn onder andere de “Bruchhauser Steine” bij Olsberg (vier grote porfierrotsen), de “Albaumer Klippen” bij Kirchhundem (silicaatrotsen), de “Balver Höhe” bij Balve (karstgrot), de “Große Stein” bij Burbach (berg basaltblokken), het “Geotop bij Beddelhausen” (plooi in het gebergte), het “Felsenmeer” bij Hemer (een rotsmeer), de “Reckenhöhle” bij Balve Binolen, de “Heinrichshöhle” bij Hemer en de “Attahöhle” bij Attendorn (druipsteengrotten).

Klimatologisch behoort de streek tot de Noord-West-Duitse klimaatzone die overwegend door de oceanen wordt gedomineerd en die zich kenmerkt door koele zomers en milde winters. Zo af en toe zet zich echter ook continentale invloed door met langere perioden van hoge luchtdruk. Er overheerst een warm-gematigd regenklimaat. De hogere gebieden zijn regenrijk en men vindt er in de wintermaanden vaak een gesloten sneeuwdek en mistvelden. De zomermaanden zijn minder heet, zodat het voorjaar, de zomer en herfst voor wat betreft de temperaturen ideaal zijn voor iedere vorm van vrijetijdsactiviteiten.   

De bosgebieden van het natuurpark bestaan voor het grootste deel uit naaldbossen (overwegend sparren) met loofbossen (overwegend beuken). Het natuurpark bevindt zich in het centrum van het natuurlijke verspreidingsgebied van de rode beuk. Op de overwegende voedselarme kleihoudende leisteen en zandstenen hebben zich bodemzure en voor een deel open-kloof-achtige door beuken gedomineerde bossen ontwikkeld, met verschillende overgangsvormen naar meer voedselarme en naar meer voedselrijke bosgemeenschappen. In de hoogste delen liggen de beukenbossen met wolfsklauw en in de dalen de beuken-eiken-, evenals de eiken-haagbeuken-bossen. Daarnaast komen bosgemeenschappen voor zoals els- en els-eikenbeemdbossen, elzen- en berkenbroekbossen, helling- en kloofbossen, evenals elzenbossen langs beken en moerasbossen. Op de plekken met kalk bij Attendorn en Elspe zijn bijzonder soortenrijke bossen met kalkbeuken ontstaan. Wezenlijke delen van de grootschalig behouden overblijfselen van loofbossen zijn tegenwoordig beschermd als Natura-2000-gebieden.

Als gevolg van een deels intensief agrarisch gebruik hebben zich op de karige bodem van de hoge delen van de streek grote oppervlakten berg- en jeneverbes-heide, magere en borstgrassen, maar ook bloemenrijke bergweiden ontwikkeld. Dit zijn tegenwoordig de getuigen van de destijds moeizame bodembenutting in het middelgebergte en worden in het kader van diverse natuurbeschermingsprogramma’s verder onderhouden.

De streek laat zich grofweg samenvatten als een deels sterk bebost en (ver van de bevolkingscentra) als een dun bevolkte heuvelachtige tot bergachtige streek in het middelgebergte (300 t/m 800 meter boven NAP). Bestaande uit bergkammen en –toppen met uitgestrekte loof- en naaldbossen, bronnen, kloven en rotsen; agrarische cultuurlandschappen met uitgestrekte hoogvlakten, sterk tot matig ingesneden dalen, weide- en beemdlandschappen, talrijke beken, riviertjes en meren, moerassen, heide, evenals getuigen van de voormalige, bloeiende mijnbouw, zoals hopen ertsloos gesteente en mijngangen.

Het Sauerland

Het Sauerland vormt het noordelijke deel van het natuurpark en is in zijn natuurkundige inrichting echt veelzijdig.

Het Siegerland

Ook als de eerste indruk anders is. Het Siegerland behoort tot de bosrijkste streken van Duitsland.

Wittgenstein

De bossen vormen de thuishaven van de enige, vrij levende kudde wisenten in Midden-Europa.