Het Sauerland

Het cultuurlandschap Sauerland omvat het grootste deel van het natuurpark. Maar regionaal zijn er onderscheiden landschappen te zien. Het Märkische Sauerland in het westen van de streek is overwegend protestant en sterk industrieel bepaald. In het zogeheten kuur-Keulse Sauerland is echter de katholieke traditie met een meer landelijke bevolkingsstructuur herkenbaar.

Sonnenuntergang im Melbecketal
Sonnenuntergang im Melbecketal - © Kerstin Berens

Het totale Sauerland is een middelgebergte met een bebost bergland, diep uitgesleten dalen en steile hellingen. De ketens van het middelgebergte met o.a. het Rothaargebergte, het Lennegebergte en het Ebbegebergte herbergen met de Langenberg (843 meter boven NAP) de hoogste berg van Nordrhein-Westfalen. Het Sauerland draagt daarom met recht ook de naam “het land van de 1.000 bergen”. De karige bodem boven 500 meter boven NAP, de koele temperaturen en de vele neerslag hebben er geleid tot een extensieve landbouw. De natuurlijke loofbossen werden er intensief gebruikt en ook geheel gekapt. Tegenwoordig worden de naald- en loofbossen er bosbouwmatig gebruikt.

Het landschap werd bevolkt vanaf de hoger gelegen burchten. In de dalen vormden zich steden en dorpen. Vanaf de middeleeuwen ontstonden aan de waterlopen de eerste ambachtelijke installaties van mijnbouw en voor de verdere verwerking van het erts. Aan de resten in de voormalige mijnbouwgebieden, zoals systemen met mijngangen, hopen met ertsloos gesteente en plekken waar hoogovens stonden, is de economische ontwikkeling af te leiden. Talrijke holle wegen naar de afzetmarkten aan de streek Hellweg laten zien hoezeer de streek daarmee verbonden is.

Godsdienstige en gebiedsverschillen hebben geleid tot een uiteenlopende, cultuurlandschappelijke ontwikkeling: een Märkischer en kuur-Keuls deel van het Sauerland. Het Märkischer Sauerland, vanuit de geschiedenis al dichter bevolkt, kreeg door de introductie van de stoomkracht te maken met een bevolkingsontwikkeling, ook verder af van de dalen. Daar ontstonden de eerste industriële steden die al snel werden vergroot. De wereldlijke gebouwen werden gebouwd met stenen uit de steengroeven.

In het kuur-Keulse Sauerland getuigen talrijke burchten van de gebiedsaanspraken van de machthebbers. Bij de landelijke bewoning van de streek domineren gehuchten en kerkdorpen, veelal in een vakwerk-bouwwijze ontstaan. Mijnen werden al in de 19de eeuw gesloten. Sinds de late 19de eeuw ontwikkelde deze regio zich tot een ontspannings- en toerismegebied (b.v. Winterberg). De katholieke traditie weerspiegelt zich hier in de talrijke religieuze heiligenbeelden in het landschap, kapellen en kerken.